Ons onderwijs

Ons onderwijs

Dit onderwerp kunnen we hier niet uitgebreid behandelen. Hier worden enkele punten hieruit genoemd.

Taal

“Onderwijs hoort aan te sluiten bij de ontwikkeling van het kind en die optimaal te bevorderen. In het taalonderwijs maken we die ontwikkeling zichtbaar door veel gelegenheid tot taalexpressie te geven, zowel mondeling als schriftelijk. Kinderen schrijven over wat hen bezig houdt: hun fantasieën, verlangens, belevenissen etc. De resultaten, we noemen die “vrije teksten”, dienen, naast onze taalmethode, als bron voor ons taalonderwijs. Uit alle kinderschrijfsels kiezen we met de groep regelmatig een “tekst van de week”. De groep beoordeelt deze tekst kritisch op inhoud, stij4 spelling en zinsbouw. Zonodig worden er verbeteringen aangebracht. Kinderen drukken hun eigen teksten. Ze gebruiken daarbij de oude loden letters, maar steeds vaker vermenigvuldigen ze hun teksten m.b.v. de tekstverwerker en de printer. Het resultaat wordt aan alle klasgenoten uitgedeeld, gebruikt bij de les en soms afgedrukt in de klassenkrant. Taaldrukken is voor vrijwel alle kinderen een boeiende bezigheid. Het vereist discipline en groeiende vakbekwaamheid. Het doet een beroep op hun creativiteit en vereist goed georganiseerde samenwerking. Voor het oefenen van de spelling gebruiken we zgn. woordpakketten, waarin wekelijks een spellingprobleem centraal staat. Taal is altijd en overal met en zonder woorden. Taal is onmisbaar bij al het andere schoolwerk. Daarom zijn taalvorming, -uitbreiding en -gebruik van groot belang.

Lezen

Hoewel in de kleutergroepen geen leeslessen worden gegeven, speelt het lezen wel een belangrijke rol. Er zijn in elke groep (prenten)boeken en er wordt veel voorgelezen. In elk lokaal liggen letters van allerlei materialen. Hiermee kunnen kinderen al spelend experimenteren.

De leerkrachten schrijven woorden of korte teksten bij kindertekeningen, om zo de nieuwsgierigheid naar lezen en schrijven te vergroten. Bij sommige kinderen begint het echte lezen zich al hoorbaar te ontwikkelen. Tegelijk met het leren en oefenen van de leestechniek, ontwikkelt zich het leesbegrip. In hogere leerjaren wordt er steeds meer de nadruk op gelegd tijdens het lezen van informatieve teksten, handleidingen, recepten e.d. We besteden dan ook meer tijd aan het ontwikkelen van leesstrategieën, vooral ook van belang in het voortgezet onderwijs. Er is tijd voor proza en voor poëzie, voor sagen, legenden en streekverhalen. De techniek van het voorlezen wordt steeds meer verbeterd. Met dit alles hopen we het leesplezier van de kinderen te vergroten.

Geestelijke vorming

De Johan Frisoschool heeft een oecumenisch karakter. Onze leerlingen komen uit verschillende geloofsgemeenschappen of hebben er geen enkele band mee. Wij houden in ons werk rekening met die verschillende tradities. Elke dag begint met -een bezinningsmoment: een gebed, een verhaal, een lied, een gesprek o.i.d. Wij besteden in school aandacht aan de feesten van het kerkelijk jaar, waarbij het accent op de kerstviering ligt. Geestelijke vorming betekent ook: kennis maken met andere wereldgodsdiensten, hun gewoonten en opvattingen. Geestelijke en godsdienstige vorming hebben eveneens te maken met ons dagelijkse leven en de omgang met elkaar, met normen en waarden. Ook daar hebben wij in school oog voor.

Groepen 1-2

In de groepen 1 en 2 kiezen we voor een vorm van spelend leren en lerend spelen. Er is afwisseling in luisteren en spreken, stil zitten en bewegen, een opdracht uitvoeren en vrij spelen, denken en doen, alleen werken en samen doen, enz. In de kleutergroepen besteden we veel tijd aan taalontwikkeling, aan werken met ontwikkelingsmateriaal, aan expressie (tekenen, handvaardigheid, muziek en spel) en lichamelijke beweging. Daarnaast is er ook aandacht voor het voorbereidend lezen, schrijven en rekenen. Zonodig gebruiken we speciale hulpprogramma’s. Om de zelfstandigheid en de zelfredzaamheid van de kinderen te vergroten, is er het zgn. plan- of keuze bord. Het is de voorloper van het weekplan, dat de leerlingen in de hogere groepen gaan gebruiken. Kinderen die “sneller en verder” kunnen, krijgen, in overleg met de ouders, aangepast werk. Sommigen kunnen al lezen, een beetje rekenen’ en of schrijven. In uitzonderlijke gevallen kunnen kinderen eerder naar groep 3.

Planbord, dag- en weekplannen

In de kleutergroepen leren de kinderen m.b.v. het planbord, dat op een duidelijk zichtbare plaats in het klaslokaal hangt, welke activiteiten op welk ogenblik kunnen gaan doen. Het is a.h.w. een soort tijdbalk, waarop ze kunnen zien, wanneer er wordt voorgelezen, gewerkt, gespeeld enz. Per dag maken de kinderen voor een beperkte tijd een keuze uit de op dit bord vermelde bezigheden. Er zijn echter ook activiteiten die voor iedereen verplicht zijn. Oudere kinderen gebruiken dag- en/of weekplannen. Ze noteren hierop wat ze willen en moeten doen en wanneer ze deze opdrachten gaan uitvoeren. Het maken van een goed plan is niet voor iedereen even gemakkelijk. Het vereist soms veel oefening. Uiteindelijk vullen kinderen zelf hun werkplan in. Als dat, ondanks hulp, niet lukt, zal de leerkracht naar een andere en betere oplossing zoeken.

De Weekvergadering

Tijdens deze (wekelijkse) bijeenkomst bespreken de kinderen met elkaar en de leerkracht de gang van zaken in de groep. Het gaat dan over onderlinge verhoudingen, problemen en zorgen, maar ook wat goed ging komt ter sprake. Het werk van de voorbije week passeert de revue en de kinderen zoeken oplossingen voor wat beter kan (en soms moet). Tijdens de klassen vergadering zijn we ons extra bewust van de eigen verantwoordelijkheid voor het reilen en zeilen in de groep. De jongsten vergaderen nog niet echt, maar er is wel degelijk aandacht voor het sociale leven. De oudsten leiden hun vergadering zoveel mogelijk zelf en maken er verslagen van, die in de klassenkrant worden gepubliceerd. Alles natuurlijk onder verantwoordelijkheid van de leerkracht. Het houden van deze bijeenkomsten is een goede oefening in democratie. We leren rekening houden met elkaar en iets voor een ander over te hebben. Dat vraagt van alle betrokkenen een integere instelling en een zorgvuldige omgang met elkaar.

Huiswerk?

Het geven van huiswerk op een basisschool roept vaak zeer verschillende reacties op. De één vindt het maar niks, een ander vindt het bijna de hoeksteen van het onderwijs. Ook in een aantal scholen voor voortgezet onderwijs staat het geven van huiswerk inmiddels ter discussie. Op de Johan Frisoschool worden de leerlingen op het voortgezet onderwijs voorbereid door aandacht te besteden aan een goede werkplanning, aan zelfstandigheid en verantwoordelijkheidsgevoel. (T)huiswerk vindt plaats als een toets, een spreekbeurt of boekbespreking moet worden voorbereid, als er proeven of experimenten worden gedaan, als er verslagen en/of teksten worden geschreven. Ook kinderen die voor een langere periode niet naar school (kunnen) gaan of leerlingen die een extra steuntje in de rug nodig hebben, zijn soms gebaat bij (tijdelijk) thuiswerk.